Bij acht bits heeft elk kanaal tweehonderdzesenvijftig stappen van donker naar licht, genoeg voor het oog in een afgewerkt beeld. Zestien bits geven veel meer stappen. Het verschil is te zien in vloeiende overgangen: een achtergrondverloop, het uitlopen van een schaduw, de glans van satijn. Wanneer te weinig stappen een verloop dekken, breekt het in zichtbare banden, een effect dat banding of posterisatie heet.
Sterke bewerkingen kosten stappen. De schaduwen van zwarte stof ophalen of een grote kleurcorrectie uitvoeren op een JPEG van acht bits trekt de resterende stappen uit elkaar, en er verschijnen banden. RAW-bestanden en werkbestanden van zestien bits houden ruimte voor zulke bewerkingen. Het afgewerkte beeld gaat terug naar acht bits: JPEG kan niets anders bevatten, en een PNG van zestien bits is zwaar en wordt door sommige uploadsystemen omgezet of geweigerd.
Specificaties tellen bitdiepte op twee manieren: per kanaal, of voor alle kanalen van een pixel samen. Een gewone RGB-afbeelding wordt daarom zowel acht bits als vierentwintig bits genoemd, en tweeëndertig bits betekent meestal hetzelfde met een alfakanaal erbij. Bitdiepte zegt niets over scherpte of afmetingen; het is geen resolutie. Waar een verloop na de export banden vertoont, maakt een lichte ruis- of ditheringinstelling het vloeiend.
