Een reflector voegt zelf geen licht toe; hij leidt licht om dat anders verloren zou gaan. Zijn sterkte hangt af van de afstand tot het product en van het oppervlak. Wit geeft zacht, neutraal opvullicht, zilver geeft helderder en harder opvullicht, en goud verwarmt alles wat het belicht. Een zwarte kaart doet het omgekeerde: hij neemt licht op aan de schaduwkant en verdiept die, wat een licht product vorm geeft. Voor productwerk doet een vel wit foamboard of karton het meeste werk.
Met een raam of een softbox aan de ene kant staat de reflector aan de andere, dicht bij het product en ernaartoe gekanteld. Bij een model wordt hij laag vooraan gehouden om de schaduwen onder de kin en onder een hoedrand op te halen. Bij een donker kledingstuk brengt hij detail terug in de plooien, die anders zwart zouden worden. Een klein gevouwen kaartje achter een fles of een glas legt een heldere rand langs de contour en maakt het los van de achtergrond.
Te veel opvullicht maakt het licht vlak, en het product begint er opgeplakt op zijn achtergrond uit te zien. De kleur van de reflector reist ook mee met zijn licht: een gouden oppervlak maakt een wit overhemd crème, en een gekleurde muur bij de set werkt als een onbedoelde reflector die een wit product verkleurt. Een reflector verzacht een schaduw maar haalt hem niet weg; waar een regel helemaal geen schaduw toestaat, wordt de rest bij het vrijstaand maken verwijderd.
