Drie dingen bepalen haar: het diafragma, waarbij een grotere opening een dunnere scherpe zone geeft; de afstand tot het onderwerp, waarbij dichterbij dunner betekent; en het objectief en de sensor. Op de afstanden die voor sieraden en kleine producten worden gebruikt, kan de zone dunner zijn dan het product zelf, zodat de voorkant van een ring scherp is en de achterkant zacht. Portretmodi van telefoons bootsen een geringe scherptediepte na met software en kunnen delen van het product zelf vervagen, zoals een ketting, een kanten rand of losse draadjes.
De keuze hangt af van het beeld. Voor packshots en hoofdafbeeldingen op een effen achtergrond hoort het hele product van voor tot achter scherp te zijn, en een vage achtergrond voegt niets toe omdat er achter het product niets te verbergen valt; een kleiner diafragma en een statief voor de langere belichting doen het werk. Voor sfeer- en modelfoto’s maakt een geringe scherptediepte het product los van een drukke omgeving. De focus hoort dan op het kledingstuk, niet op de ogen van het model, wanneer die twee op verschillende afstanden staan.
Het diafragma zo ver mogelijk dichtdraaien geeft niet het scherpste resultaat: voorbij een bepaald punt wordt het hele beeld weer zachter, dus de meeste objectieven zijn het scherpst in het midden van hun bereik. Waar een product dieper is dan welke scherpe zone ook, combineert focus stacking meerdere opnamen. De controle gebeurt op ware grootte aan de achterkant van het product: het stiksel, de sluiting, de letters op een label. Veel regels van marktplaatsen weigeren onscherpe afbeeldingen, en een gedeeltelijk onscherp product telt mee.
