Inpainting werkt met een masker: het gebied dat moet veranderen, wordt overgeschilderd, en het model vult het zo dat het past bij het licht, het perspectief en de structuur eromheen. Typische toepassingen op productafbeeldingen zijn een hanger, een prijskaartje, een knijper aan de achterkant van een kledingstuk of een verdwaald voorwerp op tafel verwijderen, een vlek op de achtergrond herstellen of een deel van de scène vervangen. Outpainting is het verwante geval waarbij de nieuwe inhoud buiten de oorspronkelijke randen ligt.
De pixels buiten het masker blijven behouden, wat inpainting voorspelbaarder maakt dan een heel beeld genereren. Het risico ligt binnen het masker en langs de rand ervan. Het gevulde gebied moet in licht, korrel, scherpte en schaduw passen bij de onaangeroerde rest, anders verschijnt het als een gladde vlek met een vage halo. Wanneer het masker een deel van het product bedekt, hertekent het model dat deel, en een naad, een knoop of een bandje kan van vorm veranderen; het masker hoort op het te verwijderen object en zijn omgeving, vrij van de rand van het product.
Of een afbeelding met inpainting telt als met AI bewerkt, hangt af van het kanaal. Sommige zien het verwijderen van een knijper of een vlek op de achtergrond als gewone retouche; andere rekenen elke generatieve bewerking mee die zichtbare inhoud toevoegt of verandert, en de regels verschillen per marktplaats. Inpainting op het product zelf gebruiken, bijvoorbeeld om slijtage te verbergen of een detail te veranderen, geeft een verkeerd beeld van het artikel, welke markering het ook draagt.
